Zi redjagh n tmurt ghar ruâra ujenna

zi redjagh n tmurt ghar ruâra ujenna
dęrqegh i r xezrat fethęnt di tyarja
ttâwent am tfadjas azzunt x rehna
rehna yewy-it ttrâm iyyar-das
aserham aserham abarkan
zi tbwarjet n djyari xezzargh ghar usinu
twarigh yis d acemrar yetrabaâ deg wur-inu
ur-inu d rmerâeb n rjdud nni yezzarn
mani tettent remsames ticdiyin n iksan
ur-inu d reârâsi n benneâman
ihęnjiarn imęzzyanen dinni mani tirarn
sfarninnen ghar tya n tfukt-nni yecnan.

Reikend naar het licht*

Vanuit de diepten van de aarde
Laat ik mijn blikken gaan
Naar de hoge hemel
Om te zweven in dromen
Te vliegen als de zwaluwen
Zoekend naar het geluk.
Maar het duister
In een zwarte mantel gehuld
Heeft het geluk weggenomen.

Door de tralies van lange nachten
Kijk ik naar de wolken en
Zie een wit paard [1] galopperen door mijn hart.
Mijn hart is de renbaan van voorvaderen
Uit vervlogen tijden
Waar de hoefijzers van de paarden vonken slaan.
Mijn hart is een veld,
Een veld waar klaprozen [2] bloeien.
Daar is het dat de jonge kinderen spelen
En glimlachen
Tegen de stralen van een schitterende zon.

* Geschreven tijdens gevangenschap in een onderaardse kerker. Het gedicht werd uit de gevangenis naar buiten gesmokkeld.

  1. Het paard van Muhammad Amzzyan, Riffijnse vrijheidsstrijder.
  2. Hier en in de volgende verzen drukt de dichter/zanger zijn hoop uit op de komende generatie.

De oorspronkelijke tekst met een Nederlandse vertaling van Roel Otten