Ddunekt-a

ijj itari ghar tziri ijj tasebsekt ttiri
ijj igharq deg wurgh ar iri ijj igharq ar imejjan di rbeghri
ijj ibehhâr di tghuri, ijj iddar di taghyuri
ijj icennef deg carri, ijj di tmarraqt isarri
ijj ghas aâeddis d rkuri ijj aksum itefruri
ijj ghas ijiman a xasen-tedzd ari
mara tennid tidet ac-arren d abuhari
mara tennid ixarriqen ac-arren d abhûarri
tudart-nnegh temmarzeg temmarzeg d ariri
ijj arrin xas deg yefri arrin xas isri
war ytesri war yetwiri d rêhbusat a xari
maca tfukt-nnegh xa tiri xa tiri
u mara turi turi turi.

Deze wereld

De één reist naar de maan,
De ander zit apatisch aan de hasjiesjpijp
De één ligt tot zijn nek bedolven in het goud,
De ander zit tot zijn oren in de metselspecie.
De één heeft grote kennis vergaard
De ander leeft in de onwetendheid van de ezel
De één heeft een geroosterd schaap op het menu,
De ander schraap een lik erwtensoep uit zijn bord.
De één heeft een buik als een stal,
Van de ander is het lichaam weggekwijnd.
Weer een ander heeft een nek als een aambeeld.
Als je de waarheid zegt verklaren ze je voor gek
Als je leugen verkoopt houden ze je voor wijs.
Ons leven is bitter met de bitterheid van oleander.
De één stoppen ze in een hol dat ze afsluiten met een steen.
Niets hoort hij, niets ziet hij.
Zo zijn de gevangenissen, mensen!
Maar onze zon komt stellig op.
En wanneer zij opkomt, is zij niet te stuiten!

De oorspronkelijke tekst met een Nederlandse vertaling van Roel Otten